Over dit album

In de platenkast van mijn ouders stonden liedjes van Wim Sonneveld, Toon Hermans en Jules de Korte. De teksten waren rijk van taal, vertelden verhalen die ik kon meevoelen, en werden begeleid door meeslepende muziek. Zo werd ik verliefd op het Nederlandstalige lied, een liefde die daarna is verbreed en verdiept. In de jaren dat ik op de Toneelacademie Maastricht zat (1994-1998) heb ik al een aantal van de nummers die ik nu zing uitgevoerd, en ook de jaren daarna ben ik blijven zingen. Ook leerde ik de muziek van andere grote Nederlandstalige zangers kennen. 

De afgelopen honderd jaar zijn er prachtige nummers gemaakt. Met dit album wil ik eer betonen een aantal van mijn favoriete. In geweldige samenwerking met Sander Geboers en Wim Veenhof heb ik ze mijn persoonlijke invulling gegeven. 

Dit album is ook een ode aan het Nederlands zelf. Het is ons belangrijkste gemeenschappelijk bezit, dat we moeten koesteren, wakker kussen, maar ook aanvullen met nieuwe verhalen. Om de daad bij het woord te voegen, is het elfde nummer op dit album daarom van mijzelf.

Boris.

De videoclips

Op deze website worden de nieuwste videoclips van het album Niemand dan wij gezet. Abonneer je hier op het Youtube kanaal. Luisteren van de nummers kan ook, via Spotify en Apple Music. Je kunt de CD bestellen via bol.com of Trip around the world.

Opstaan!

Opstaan is de eerste singel die ik heb uitgebracht. Mijn debuut! Het is ook het enige nummer op het album 'Niemand dan wij' waar ik zelf de muziek en tekst voor schreef. Als je het nummer hoort zou je kunnen denken dat ik het op de 'corona-tijd' geschreven heb. Maar dat is niet zo. Dit nummer schreef ik tijdens een lange treinreis, al meer dan vijf jaar geleden. Het gaat over alle ellende die een mens kan overkomen, zowel persoonlijk als maatschappelijk. Een groot gedeelte van het nummer is dus behoorlijk donker en pessimistisch. Maar het nummer heet niet voor niets 'Opstaan'. Ikzelf ken het ook dat je soms na een donkere periode opeens op een ochtend wakker wordt en denkt: het is lichter geworden. En dat je weer plannen maakt. Dat je weer 'opstaat' en gaat bewegen. En dat het daarna weer beter met je gaat. Dat geldt niet alleen voor ons in het persoonlijk leven, maar ook voor ons als samenleving. Hoewel 'Opstaan' niet is geschreven voor deze specifieke corona-periode komt het misschien wel van pas. Het is nu een moeilijke tijd, maar zolang we er maar weer uit opstaan en blijven bewegen, handelen en handen en uit de mouwen steken, kan het weer goed komen. Hoewel dit nummer ook al was opgenomen voor dee corona-tijd, is de clip wel tijdens de lockdown van 2020 opgenomen. Met een zeer kleine crew aan camera en licht hebben we op verschillend locaties gefilmd. Jullie zie de Maasvlakte, de bossen van Driebergen en omgeving, verschillende plekken in Amsterdam en ook een aantal studio-opnames. De graffiti die in de clip te zien is, heb ik zelf gefilmd op de NDSM-werf in Amsterdam-Noord, maar ook al eerder in Soho en Bricklane in Londen. Deze clip heeft al meer dan 300.000 kijkers op Youtube

Hondje van Dirkie

Dit nummer is in 1925 uitgebracht door Louis Davids. Een echte smartlap over een jongetje die in de straten van Amsterdam een hondje vind. De combinatie van het platte Amsterdams en het keurige idioom van Davids is erg dankbaar materiaal om te zingen en te spelen. Ik kende het nummer eigenlijk meer van Wim Sonneveld, die het later van Davids had gecoverd, en die overigens ooit zijn theatercarrière begon bij Davids. Wim Veenhof, de pianist, en ik zijn in de muzikale uitvoering niet ver weg gegaan van het origineel. Heel simpel. Onze versie is zelfs nog uitgekleder dan die van Sonneveld ooit. Alleen de tekst, de noten, en het spel is voldoende. Op het album 'Niemand dan wij' wilde ik het daarom dus graag vertolken. De clip is gelijktijdig met de geluidsopname gedraaid, in de Hans Aalbers Studio. Het is dus een live optreden, dat ook alszodanig op het album staat. Ik heb Wendy van der Ham gevraagd de tekeningen te verzorgen. Wat ik erg mooi vind is de tekeningen het tijdsbeeld van de jaren '20 van de vorige eeuw mooi verbeelden, en dat de armoede van het gezin in de Jordaan door de 'vlekkerige' techniek van de gekleurde inkt goed voelbaar wordt. In de clip zie je ook Wim Veenhof op de piano. Hij is de pianist die je op het hele album veelvuldig hoort.

Mens durf te leven

Het lied 'Mens durf te leven' werd in 1917 geschreven door Dirk Witte. Ik vind de boodschap van dit nummer nog steeds staan als een huis. Ook de taal vind ik mooi: heel gespierd en stevig. Niet voor niets is het nummer door veel artiesten gezongen, op vele soorten manieren, en meestal heel heftig. Ik heb in deze versie gekozen voor een aanvankelijk heel intieme benadering. Ik wilde het zingen alsof ik boven de wieg van mijn dochter hang, en haar een levensles wilde toefluisteren. Dat idee is ook in de clip verwerkt. De clip is getekend door Luc Schraauwers, en we hebben samen geprobeerd hem net zo po√ętisch en bijna hallucinerend als de muziek te maken. Heel langzaam bouwt het intieme op naar een enorme pessimistische uitbarsting tegen het einde, om daarna weer terug te keren naar intimiteit en optimisme. In deze clip zie je ook een vogeltje verschijnen. Luc en ik hebben veel gesproken over dat vogeltje, vooral of dat vogeltje nu heel mooi en levensecht moest worden of niet. We hebben gekozen om het vogeltje dat we als klad hadden gewoon te handhaven. Ik moest bij het vogeltje denken aan de manier van tekenen die Fiep Westendorp hanteerde, dus het vogeltje kreeg daarmee ook meteen haar naam: Fiep.

Haal het doek maar op

Deze song is oorspronkelijk van Wim Sonneveld. Geschreven begin jaren zestig. We hebben in de muziek gekozen om groots uit te pakken. Van dit relatief bescheiden uitgevoerd nummer hebben we hier een bigband versie gemaakt. Ook in de videoclip is er gekozen voor het grote gebaar. Roman Brasser heeft een fantastische choreografie gemaakt, en de dansers leveren geweldig werk! De buitenopnames zijn rond het Leidseplein in Amsterdam geschoten, omdat daar meerdere theaters te filmen zijn. Zo zie je de Stadschouwburg, het De La Mar Theater en Theater Bellevue. In dat laatste theater hebben we het meeste opgenomen. Zowel de kleedkamers als de opnames op het podium. Het Bellevue Theater heeft alleen 1 probleem: het heeft geen rood gordijn. En een clip die 'Haal het doek maar op' heet, moet natuurlijk wel een gordijn bevatten. Ik heb contact gezocht met het De La Mar Theater en ze hadden exact een half uur ruimte waarin we de opnames met doek hebben mogen filmen. De technici hadden in dat half uur namelijk een koffiepauze. We hebben in razendtempo de noodzakelijke shots opgenomen. Overigens is deze clip al opgenomen voor de corona lockdown, dus de 1,5 meter was hier nog niet nodig ;-). Het is mijn ode aan het theater!

Ik lig zo vaak te denken

Dit liedje is geschreven door Wim Kan in 1949. Hij was een cabaretier die in zijn tijd veel voorstellingen maakte over politieke onderwerpen. Hij verzorgde ook zeer lang de Oudejaarsconferences, Hij bezingt in dit liedje hoe mensen heel verschillend zijn, maar in bed gelijk. Toen werd het begeleid door enkel een piano. In mijn versie met piano, bas, drum, strijkers en koper. Bovendien maakte Flo de Goede hier de clip. Zijn tekeningen zijn in zwart-wit, waardoor het geheel een heel klassiek gevoel geven. Hij heeft dit met verschillende technieken getekend. Erg geestig ook. De tekst van het liedje heb ik wel wat aangepast. Oospronkelijk waren er veel verwijzingen naar actuele politiek, maar daardoor was het liedje letterlijk gedateerd geworden. Dus in plaats van de tekst 'Terwijl je weet van Ot en Sien, van Sartre tot aan Stalin' heb ik er van gemaakt: 'Terwijl je weet van melkman, van Koningin, tot aan Tiran'. En er is ook een soort cabaret-intermezzo geschrapt. Daardoor is het liedje nu opeens van alle tijden geworden.

Telkens Weer

In 1975 kwam de film 'Rode Sien' uit. De titelsong was 'Telkens Weer' gezongen door Willeke Alberti. De tekst is van Friso Wiegersma (de partner van Wim Sonneveld) en de muziek van Ruud Bos. Ik wilde dit lied zeer graag op het album hebben, omdat ik het zo puur en mooi vind. Samen met pianist Wim Veenhof hebben we de zetting van de melodie wel een beetje anders gemaakt, en ik heb de melodie op een aantal plekken anders gezongen. Een nieuwe versie dus! Toen ik bij dit nummer het arrangement van de violen hoorde was ik helemaal betoverd. De clip hebben we midden februari 2020 opgenomen in Akhnaton in Amsterdam, geregisseerd door Ramon van Bree. Het idee van het vele rook in de clip had ik opgedaan in Londen, bij een tentoonstelling van de IJslandse kunstenaar Olafur Eliasson in Tate Modern. Daar was een gigantische installatie waar je in kon lopen en waar je geheel werd omringt door een mist in verschillende kleuren. Zo'n effect wilde ik ook in deze clip: dat je verloren bent in de mist. De rookmachines die daarvoor moesten zorgen gaven tijdens het filmen wel problemen. Er was namelijk een paar weken voor onze opnames een brand geweest in Akhnaton, en de herstelwerkzaamheden waren nog niet helemaal klaar. Daardoor sijpelde grote hoeveelheid rook door het plafond, naar de bovenburen. Die hadden de brandweer gebeld. Opeens stonden er twee grote brandweerauto's voor de deur. Gelukkig konden we vertellen dat de rook geen schade kon, en dat er niks aan de hand was. De bovenburen waren geschrokken, maar werkte daarna heel aardig mee.

Zomaar onverwacht

Dit nummer is een van de jongste op het album. In 2013 won de Brabantse zanger Gerard van Maasakkers en componist Egert Derix de Annie M.G. Schmidtprijs voor dit liedje. Ik hoorde het voor het eerst tijdens die uitreiking in het De La Mar Theater in Amsterdam, en was meteen van slag. Het bracht me terug naar de momenten van scheiden die ikzelf heb meegemaakt. Hier geen clip van (vooralsnog) maar laat de tekst en melodie voor zich spreken. We hebben het arrangement heel simpel gehouden aan het begin, maar bij het instrumentele gedeelte (waar ik anders dan Van Maasaskkers niet doorheen spreek) krijgt de melodie met prachtige violen vleugels.

Foto van Vroeger

Oorspronkelijk is dit nummer van Udo Jurgens, de beroemde Duitse zanger. Qua oorsprong is dit nummer dus een vreemd eend in de bijt, want niet oorspronkelijk Nederlands. Toch kon ik het niet laten 'm mijn draai te geven. Ik herinner me dit nummer namelijk van de geweldige Rob de Nijs die dit nummer in 1980 uitbracht. Ik was toen 9 jaar en werd er (toen al!) melancholisch van. Nu als midden-veertiger kan ik de tekst veel beter plaatsen. Anders dan de versie van Rob de Nijs hebben we deze versie aangekleed met klassieke instrumenten in combinatie met een pop-sound. Een clip is hier niet (nog) nodig: sluit je ogen en dwaal af naar de straat van je jeugd.

Dit is een plek om lief te hebben

Toon Hermans bracht dit nummer in 1967 in een conference. Een optimistisch nummer dat erg rustig begint maar knallend eindigt. Ook heb ik me in de zang veroorloofd om een modulatie te maken, waardoor het einde nog feestelijker wordt. De eenvoud van de tekst, en de onverbloemde, bijna Franse lyriek vind ik heerlijk. Daarom wilde ik dit nummer er heel graag bij. De trompetten schallen aan het einde naar hartelust.

De Enkeling

Dit nummer is oorspronkelijk gezongen en geschreven door Jules de Corte, in 1955. Het is een kort en bondig liedje over 'de enkeling' die alleen staat, en wiens vrije woord niet wordt gewaardeerd. De Corte zong het met alleen piano, en ook in onze uitvoering houden we het bij 1 instrument. Wel hebben we aan het eind een muzikaal tussenstukje weggehaald om het nummer iets minder statig te maken. Ik vind het een prachtig verhaal dat universeel is. Daarom hebben we voor de clip gekozen voor allemaal standbeelden van 'vrijdenkers', die ook zijn tegengewerkt in hun visie op de wereld. Ieder van hen zijn enkelingen die de 'middelmaat' of de gevestigde orde ter discussie hebben gesteld. Je ziet Aletta Jacobs (voorvechter van vrouwenkiesrecht), vrouwen in het verzet, Spinoza, Herman Heijermans, Multatuli, Anne Frank enzovoort. Ook zie je De Schreeuw, het beeld dat speciaal voor Theo van Gogh is gemaakt, na de moord op hem.

Niemand dan wij

Over een poosje (in de lente 2021) komt ook van dit nummer een clip. Dus nu nog even wachten. Maar dit nummer heeft de titel aan het album gegeven: Niemand dan wij. Ik zong dit nummer al toen ik op de Toneelacademie Maastricht zat (tussen 1994 en 1998) en ook hier is de eenvoud en lyriek heerlijk in balans. De tekst is van Friso Wiegersma (die ook Telkens weer schreef, ook op dit album) en de muziek is van zijn toenmalige geliefde Wim Sonneveld. In zijn versie (gezongen in 1974) heeft net nummer iets statigs en fransigs. Wij hebben er voor gekozen om dit nummer juist helemaal naar het heden te trekken en het 'groovie' en intiem te maken. De saxofoon doet fantastisch werk in het instrumentele deel, en let ook op de gitaar. Ik wilde heel graag de sound van de 'love boat' op de gitaar, en kon het niet anders uitdrukken dan dat een 'porno gitaar sound' te noemen. 'Wakkashakka, Wakkashakka'. Kort en goed: de Love Boat, porno gitaar zit er in. ;-)